non-tech

Dit blog mag dan begonnen zijn als electronicahobbyblog, ik wil ook wel eens over iets anders schrijven. Bijvoorbeeld om een paar mooie foto’s te laten zien die ik in een midweekje Otterlo gemaakt heb. Het doel was eekhoorntjes te spotten (want je moet natuurlijk wel een doel hebben op vakantie :p), maar dat is op een heel leuke manier mislukt, want ik heb allerlei andere dieren gezien. Of breder: het doel was van de natuur te genieten en dat is helemaal gelukt.

Wie de verhalen van Toon Tellegen een beetje kent weet dat behalve de Eekhoorn ook de Mier een belangrijke rol speelt.

De Mier was druk bezig met het verplaatsen van een zanderig stukje schors.

Ook zag ik een aantal grotere dieren, zoals ‘s avonds een hert en overdag een zwijn:

Toen ik iets in een boom zag bewegen, bleek dat geen eekhoorn (laat staan de Eekhoorn van Tellegen), maar een grote bonte specht:

Ik vind het leuk om macrofoto’s te maken. Je kunt dan goed zien hoe mooi bijvoorbeeld een sprinkhaan eigenlijk is. (Een futuristisch pantser-uiterlijk met visgraatmotief op de achterpoten. Ik bouw het niet zomaar na, laat staan functioneel).

Als ik een van deze brave beesten verkeerd determineer hoop ik op een vriendelijk mailtje van een bioloog (of een boswachter, of gewoon iemand die het weet). Maar deze libelle is ook prachtig:

Er bloeide zelfs nog wat heide, met daarin een stel vlindertjes:

In de hoop eekhoorns te spotten had ik ongepelde (en ongezoute!) pinda’s in het voederhuisje bij het vakantiehuisje gelegd. Daar gaan dan vervolgens Gaaien mee vandoor, een hele gulzige gaai slokte zelfs de hele ongepelde pinda op om daarna een tweede te pakken en weg te vliegen. Andere individuen (er waren er zeker een stuk of 3, 4) zag ik dit trucje niet toepassen.

Toen ik de pinda’s pelde en wat verkruimelde, kwamen er ook kleinere vogeltjes kijken / lieten de Gaaien nog wat kruimels liggen voor de kleinere vogels. (Koolmees, pimpelmees, roodborst, lijster, een brutale merel die iedereen weer wegjoeg, en een boomklevertje)

De ene eekhoorn die ik zag schoot weg voor ik een foto kon maken, in een boom die geen spar was, in een voortuin, in de buurt van een Spar die geen boom was.

Ik vond (en vind) deze vakantie in elk geval zeer geslaagd! En als ik zo vrij mag zijn een advies uit te brengen, zou dat zijn om tussen het Maken, Solderen, Ontwerpen en Programmeren door af en toe eens naar buiten te kijken. Of te gaan.

Ik maak ook wel eens dingen buiten het technische vlak. Zoals bijvoorbeeld deze marmelade van kumquat, mandarijn, en appel:

De kumquats zaten in het biologische groente- en fruitpakket van Kievit. (De mandarijnen en appel overigens ook.)

Kumquat is een klein citrusvruchtje dat je eet je met schil en al. De schil is zoet, het vruchtvlees wat zuurder. De smaak is uiteraard citrus-achtig fris, maar warmer en zoeter dan citroen, meer neigend naar sinaasappel of mandarijn maar daarmee niet goed vergelijkbaar. Anders dan ander citrusfruit. Basicly: je moet het proeven.

Om los op te eten vind ik ze vrij sterk. Wel lekker, maar ik eet er dan maar een paar. En we hadden er “veel”, dus maakte ik er marmelade van:

200 gram kumquats (In plakjes, met schil, zonder pitten), 1 geschilde appel (in kleine blokjes, zonder klokhuis), 2 mandarijnen (Geschild, partjes in kleine blokjes, zonder pitten). Scheut water om het goed te kunnen opkoken. Wegen wat het in totaal weegt (Ongeveer 500 gram in mijn geval) en geleisuiker volgens aanwijzingen op de verpakking toevoegen in de hoeveelheid die bij dat gewicht aan fruit hoort (ongeveer 200 gram “geleisuiker speciaal”). Enkele minuten (5?) koken tot het fruit een beetje zacht begint te worden. Heet in schone glazen potjes gieten, deksel er op, omkeren, en af laten koelen, spiek bij een jam-recept hoe dat werkt. In theorie is het dan een jaar houdbaar, in de praktijk was het eerste (kleinste) potje binnen 2 weken leeggegeten.

De marmelade is sterk citrusachtig (maar niet tè), heeft niet het “bittertje” dat sinaasappel marmelade heeft (ook lekker), en ik vind de combinatie met mandarijn en appel zeer geslaagd.

Maar ik ben uiteraard bevooroordeeld, want ik heb het zelf gemaakt, en alleen al daardoor is het veel lekkerder dan kant-en-klare jams 🙂

Ik vind dat je, ook als man, het recht hebt om jongleerballen te haken. 

(Op daartoe gepaste lokaties en tijdstippen, bijvoorbeeld achter je eigen voordeur om 19:31, of in de stoptrein naar Vlissingen. Niet tijdens een tentamen, vergadering, huwelijksvoltrekking, waterpolo-wedstrijd, of op andere ongeschikte momenten. Uiteraard moet het haken van een jongleerbal ook niet als plicht worden opgevat.)

Ik heb de jongleerballen gevuld met kersenpitten, ze wegen ongeveer 20 tot 30 gram. Dit is erg licht, om prettig mee te jongleren zou ik eigenlijk iets zwaarders willen. (De RGB jongleerballen zijn zwaarder)

De grootste rode jongleerbal is gevuld met metalen pannenspons (De grove, niet de fijne). Dat is al iets zwaarder, en stiller als de bal valt.

Het haakpatroon heb ik van een andere hobby-site, die zodanig vol reclame staat dat ik niet link. “How to crochet a ball” in eender welke zoekmachine zou moeten werken, substitueer pitten voor kussenvulling en haak wellicht een ronde meer of minder om de goede maat te krijgen.

Andere pro-tip: Bij mij zitten ze soms binnenstebuiten en zijn ze deels ei-vormig geworden. Probeer dat te voorkomen.

En uiteraard een tip voor het jongleren zelf: Gewoon niet laten vallen 😛
(Voor nuttiger jongleertips, bekijk de filmpjes van Taylor Glenn, en Matt en Tom, die ik in mijn vorige blogpost link)