notes, tips, tricks, ideas and such

In deze blogpost laat ik zien hoe ik mijn filament droog bewaar en hoe droog dat dan wel ongeveer is.

Het gaat uiteraard om filament voor de 3D printer. Ik bewaar dat met silicagel en ik heb er een humidity indicator kaartje bij gedaan. Want een vochtvreter is op gegeven moment verzadigd, en het is handig om dat ergens aan te kunnen zien.

Dit soort indicatorkaartjes kleurt roze of blauw al naar gelang de (lucht)vochtigheid. Blauw duid droog aan. Ze worden gebruikt in verpakkingen van halfgeleiders, maar omdat ze ook weer blauw kleuren als ze roze zijn geweest zijn ze herbruikbaar voor b.v. 3d printer filament.

Ik heb geprobeerd het drogen van een indicator in een timelapse te vangen. Initieel is de indicator roze: hij heeft in niet-gedroogde lucht gelegen. (Ongedroogde lucht – ongebakken lucht – rauwe lucht ?). De indicator zit samen met een vochtvreter in een afgesloten zak, droogt uit, en wordt blauwer. Ter vergelijking ligt er eenzelfde indicator open naast. Een horloge geeft het verstrijken van de tijd aan. Aan het eind haal ik de indicator uit de zak met de vochtvreter en kleurt de indicator terug roze.

Een hygrometer van een draadloos weerstation bij het filament opbergen om de luchtvochtigheid te meten kan natuurlijk ook en is wellicht zelfs ‘beter’, maar zo’n vochtigheids-indicator-kaartje vind ik een leuke low-tech oplossing.

In plaats van met losse zakjes silicagel en een oven in de weer te gaan gebruik ik een luchtdrogertje waar silicagel en een verwarmingselement in zitten: een vierkante plastic pinguin. Op de foto’s zie je ‘m bovenop de stapel filamentrollen liggen.

Als de vierkante plastic pinguin verzadigd is, sluit ik ‘m aan en bakt ‘ie zichzelf droog. De rest van de tijd heeft ‘ie geen netstroom nodig. Het door de marketeers beoogde doel is het drooghouden van auto- caravan- boot-interieurs. Ik betwijfel of het dergelijk grote ruimtes droog kan houden (zeker als er echt ergens een lek in zit), maar voor filament werkt het uitstekend.

Om ervoor te zorgen dat de vochtvreter niet steeds vers uit de lucht aangevoerd vocht moet vreten, zat alles in een goed sluitende (ziplock) plastic zak. Of 2 over elkaar, want je prikt er altijd per ongeluk lekjes in.

Tegenwoordig gebruik ik een zwarte kunststof ton voor mijn filament. Het is eigenlijk een voerton, dat vermeld ik er even bij want als je gaat zoeken naar “een ton, zwart” dan vind je anders wellicht niet de juiste soort ton. Van belang is vooral dat de deksel goed sluit en dat er een-of-andere dichtingsring in zit.

Ik heb deze ton gekregen om mijn filament in op te bergen. Ik krijg anders nooit een ton, dus dat was leuk.

Als je geen ton hebt om je filament in op te bergen, kun je ‘m mogelijk vervangen met een kunststof vat, bak, of een voldoende grote verfmengemmer. (Sommige bouwmarkten met een verfmengservice verkopen ook de lege emmers waar muurverf in gaat, zonder verf). Eigenlijk is de enige eis een voldoende grootte en een voldoende grote deksel die goed sluit. (Dat zijn dus stiekem 3 eisen!)

Kort samengevat mijn tips om filament droog te bewaren: Goed afgesloten, met een vochtvreter erbij, en iets dat de luchtvochtigheid meet. Volgevreten vochtvreter voldoende vaak vervangen, danwel drogen.

Zo houd ik dus mijn filament droog. En zo droog houd ik mijn filament.

Dat blijkt te kunnen. Ik heb geen snijplotter en ook geen t-shirt pers thuis, maar nog wel flexfolie en flockfolie (ik heb eerder shirts bedrukt met de vinylsnijplotter en de t-shirt pers op de makerspace). Daar wil ik ook gewoon thuis mee kunnen knutselen.

Ik heb dus een snijplotter-reservemesje gekocht van een type dat er uit zag alsof het wel op mijn Mendel90 te monteren zou zijn, en dat op mijn mendel90 gemonteerd. Om eens met FreeCad te spelen heb ik het benodigde verloopstukje in FreeCad getekend. Ik heb het op thingiverse gezet voor wie thuis ook wil vinylplotten met z’n Mendel90. Of met een andere printer die een Wades block extruder gebruikt, want op die maten past het. Het plottermesje is een SILH-BLADE-3-3T bedoeld voor een snijplotter van Silhouette.

Op het bed van de printer ligt een stukje karton onder de te snijden flexfolie. Het karton beschermt het mesje tegen het glazen printbed (en ook vice versa, maar ik denk dat het printbed wel heel zou blijven en het plottermesje niet, mochten ze elkaar ooit ontmoeten).

Dat is natuurlijk maar de helft van het verhaal, want software. Het ontwerpje dat ik wilde snijden is een vectortekening (.svg). Die heb ik in OpenScad ge-extrude tot 1 laagdikte van mijn printer. Vervolgens heb ik in Slic3r ingesteld dat alleen de buitenranden worden geprint, en dus geen infill. Verder het aantal buitenranden ingesteld op 1. Met een ander CAD-programma en een andere slicer moet dit ook kunnen.

Maar, dat rechtstreeks printen gaat niet werken: Het plottermesje moet op de goede hoogte, het moet daarbij ook worden opgetild op momenten dat er geen folie gesneden moet worden, en de snijsnelheid mag een stuk lager dan de normale printsnelheid. Bij een eenvoudig ontwerp kan dit met de hand in de G-code worden aangepast. Het kan ook in de slicer, door daar de snelheid lager in te stellen en met de retract-settings te spelen.

In Slic3r heet het “Z lift on retract”. Door deze instelling op 10 mm te zetten wordt het plottermesje 10 mm opgetild bij een retract. Door minimum travel after retract op 0.01 mm te zetten zal elke onderbroken lijn een retract triggeren (en dus het optillen van het plottermesje).

Door de Z offset in te stellen kan de hoogte van het plottermesje worden ingesteld. Omdat het plottermesje korter is dan het hotend dat ik normaal gesproken op de printer heb zitten, moet het in mijn geval ongeveer 11,5 mm omlaag om daadwerkelijk de folie te raken en niet in de lucht te plotten. Dus een Z-offset van -11,5 bij mijn printer. (Elke printer is anders).

Al die slic3r-instellingen heb ik voor het gemak in deze git gist gezet.

Als de printer de gemaakte gcode uitvoerd ziet dat er als volgt uit:

Zo’n snijplottermesje heeft een driehoekige punt en draait mee (het zit in een lagertje), waardoor het mogelijk is om op deze manier vormen uit te snijden.

Nadat de vorm is uitgesneden kan de folie gepeld worden (Alles wat je niet op de kleding wilt drukken verwijderen), en worden aangebracht. Dit is textielfolie, maar ook plakplastic valt op dergelijke wijze te plotten.

Op de foto hierboven is al te zien wat er uitgesneden is, maar na het pellen is dit duidelijker: Een NPN transistor schemasymbool. Want electronica. Al kan gewoon “Hoi” natuurlijk ook prima. (Wel even opletten met spiegelen: De beschermlaag zit ònder de folie bij het snijden maar bòven de folie bij het strijken.)

Na het met een strijkbout te hebben aangebracht (vlakke zool, geen stoom, niet wrijven) conform informatie die bij de folie werd meegeleverd, geeft dat hele unieke sokken. Dus ja: vinylsnijden met een 3d printer blijkt te kunnen.


Bij de zon-aangedreven schemerlamp was het een probleem dat het in de donkere dagen van het jaar niet lang genoeg licht is om de batterij op te laden: Het lampje gebruikt zo’ n 165 mAh per etmaal en de zonnecel geeft gedurende dat ene uurtje zon van een winterdag slechts 40 mA af. Dus waar met wat mazzel 40 mAh wordt bijgeladen wordt 170 mAh gebruikt. En bijgevolg zijn na een ruime week de batterijen leeg en verwissel ik ze voor vers geladen batterijen.

Dat vraagt dus om een groter en fatsoenlijker zonnepaneeltje.

Waar het oorspronkelijke paneeltje vooral uit tussenruimte tussen de (polykristalijne) cellen bestaat, bestaat het nieuwe paneeltje vooruit uit (monokristalijne) zonnecellen met nauwelijk tussenruimte. Het verschil is op de foto’s goed te zien.

Het nieuwe paneeltje geeft 2 V / 200 mA. Om de batterijen van het solar schemerlampje te laden staan 2 paneeltjes in serie.

Het volgende ‘probleem’ wordt dat op zonnige dagen de 200mA op de grens zit van de BAT85 diode. Maar ik denk dat de volle 200 mA zelden gehaald zal worden. Na te meten op een zonnige zomerdag. En als het wel flink laad ‘s zomers, kan ik alsnog wekelijks lege en volle batterijen omruilen, maar dan in de andere richting. Mijn schemerlamp heeft dan een zomerbaantje als batterijlader.